Hoe werkt marginale druk?
Marginale druk is het percentage van iedere extra verdiende euro dat je niet in je portemonnee houdt. Het is iets anders dan de gemiddelde belasting:
- Gemiddelde druk = totaal afgedragen / totaal verdiend.
- Marginale druk = de som van álle verliezen op de volgende euro: meer belasting, minder heffingskorting, minder toeslagen, etc.
In Nederland kan de marginale druk in specifieke inkomensgebieden boven de 100% uitkomen. Een loonsverhoging maakt je dan financieel slechter af. Dit heet het armoedeval-effect en ontstaat door de stapeling van afbouwen.
Wat zit er allemaal in?
1. Inkomstenbelasting box 1
Drie progressieve schijven (2026, onder AOW-leeftijd):
| Schijf | Tot | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | € 38.883 | 35,75% |
| 2 | € 78.426 | 37,56% |
| 3 | hoger | 49,50% |
In schijf 1 zit zowel inkomstenbelasting (8,10%) als premies volksverzekeringen (27,65% — AOW, Anw, Wlz). Boven de AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer en is schijf 1 dus 17,85%.
2. Heffingskortingen — directe kortingen op de te betalen belasting
- Algemene heffingskorting: maximaal € 3.115. Wordt afgebouwd met 6,398% voor elke euro inkomen boven € 29.736. Effectief verhoogt dit de marginale druk over een breed inkomenstraject.
- Arbeidskorting: opgebouwd in drie segmenten op arbeidsinkomen, piek van € 5.685 bij ongeveer € 45.592, en daarna een afbouw van 6,51% per euro tot het op nul staat bij € 132.920.
- IACK (inkomensafhankelijke combinatiekorting): maximaal € 3.032 als je een kind onder de 12 hebt en arbeidsinkomen boven € 6.239. Bouwt op met 11,45% — een verlagend effect op de marginale druk in dat gebied.
3. Toeslagen — afbouw bij oplopend inkomen
Elke afgebouwde toeslag voegt zijn afbouwpercentage toe aan de marginale druk.
- Zorgtoeslag: bouwt af met 13,73% boven € 29.736 (huishoudinkomen).
- Huurtoeslag: bouwt af met 27% (alleenstaand) of 22% (met partner) per euro huishoudinkomen boven het minimum.
- Kindgebonden budget: afbouw 7,60% boven het toetsingsinkomen.
- Kinderopvangtoeslag: vergoedingspercentage daalt op stapsgewijze inkomensklassen — niet meegenomen in deze calculator omdat het sterk afhangt van het aantal opvanguren per maand.
4. Werkgeverszijde — wat voegt het toe?
De marginale druk op werkgeverskost houdt rekening met het feit dat een loonsverhoging ook de werkgeverslasten laat stijgen, zolang het loon onder het maximumpremieloon (€ 79.409) blijft:
- WW-premie (2,74% laag / 7,74% hoog)
- Aof-premie (6,27% klein / 7,63% groot bedrijf)
- Uniforme opslag kinderopvang (0,50%)
- Werkhervattingskas WHK (gemiddeld 1,52%)
- Werkgeversheffing Zvw (6,10%)
- Vakantiegeld (8%)
- Pensioenpremie werkgever (typisch 12–20% over grondslag boven franchise)
Boven € 79.409 vallen WW, Aof, WHK en Zvw weg en stijgen alleen pensioen en vakantiegeld nog mee — de wig wordt iets smaller.
Stapeling: de extreme zones
| Inkomenszone (huishouden, alleenstaand) | Belangrijkste effecten | Typische marginale druk |
|---|---|---|
| € 0 – € 11.965 | Box 1 schijf 1, opbouw arbeidskorting (−8,3%) | ≈ 27% |
| € 11.965 – € 25.845 | Box 1, opbouw arbeidskorting (−31%) | < 10% |
| € 25.845 – € 29.736 | Box 1, lichte opbouw arbeidskorting | ≈ 35% |
| € 29.736 – € 41.000 | Box 1 + afbouw AHK + afbouw zorgtoeslag (+ huurtoeslag!) | 60% – 100%+ |
| € 45.592 – € 78.426 | Box 1 schijf 2 + afbouw AHK + afbouw arbeidskorting | ≈ 56% |
| € 78.426 – € 132.920 | Box 1 schijf 3 + afbouw arbeidskorting | ≈ 56% |
| > € 132.920 | Alleen schijf 3 | ≈ 49,5% |
Wat doet deze calculator wel/niet?
Wel:
- Box 1 inkomstenbelasting met heffingskortingen
- Toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget
- Werkgeverslasten incl. pensioen
- IACK
- Vergelijking AOW vs. niet-AOW
Nog niet (zou je zelf kunnen toevoegen):
- Box 2 (aanmerkelijk belang)
- Box 3 (vermogen)
- Hypotheekrenteaftrek / eigenwoningforfait
- Kinderopvangtoeslag (sterk afhankelijk van uren)
- Sectorpremies WHK / specifieke cao's
- 30%-regeling voor expats
- Studieleningterugbetaling (effectief +4% druk in afbouwzone)