Hoe het werkt
Marginale druk is het percentage van iedere extra verdiende euro dat je niet in je portemonnee houdt. Het is iets anders dan de gemiddelde belasting: marginale druk telt álles op wat er met de volgende euro gebeurt — meer belasting, minder heffingskorting, minder toeslagen. In bepaalde inkomenszones in Nederland kan deze druk boven de 100% komen, waardoor een loonsverhoging je netto slechter af maakt.
Inkomstenbelasting box 1 (onder AOW)
| Schijf | Tot | Tarief |
|---|---|---|
| 1 | € 38.883 | 35,75% |
| 2 | € 78.426 | 37,56% |
| 3 | hoger | 49,50% |
Schijf 1 = 8,10% inkomstenbelasting + 27,65% premie volksverzekeringen (AOW, Anw, Wlz). Boven AOW-leeftijd: schijf 1 = 17,85%.
Heffingskortingen — directe kortingen op de te betalen belasting
- Algemene heffingskorting: max € 3.115. Afbouw met 6,398% boven € 29.736; nul op € 78.426.
- Arbeidskorting: piecewise opbouw tot piek € 5.685 bij € 45.592, daarna afbouw 6,51% per euro tot nul op € 132.920.
- IACK: max € 3.032 (alleen met kind < 12). Bouwt op met 11,45% vanaf arbeidsinkomen € 6.239 — een verlagend effect op de marginale druk.
Toeslagen — afbouw bij oplopend inkomen
Elke afgebouwde toeslag voegt zijn afbouwpercentage toe aan de marginale druk.
-
Zorgtoeslag: afbouw 13,73% boven € 29.736 (huishoudinkomen).
-
Huurtoeslag: afbouw 27% alleenstaand / 22% met partner per euro huishoudinkomen boven het minimum.
-
Kindgebonden budget: afbouw 7,60% boven het toetsingsinkomen.
Werkgeverszijde — wat de werkgever bovenop het loon kwijt is
WW: 2,74% laag / 7,74% hoog
Aof: 6,27% klein / 7,63% groot
Uniforme opslag kinderopvang: 0,50%
Werkhervattingskas (WHK): ~1,52%
Werkgeversheffing Zvw: 6,10%
Vakantiegeld: 8%
Pensioenpremie werkgever: 12–20% (varieert sterk per fonds)
Boven het maximumpremieloon van € 79.409 vallen WW, Aof, WHK en Zvw weg. Alleen pensioen en vakantiegeld stijgen daarna nog mee.
Stapeling: de extreme zones
Onderstaande tabel laat zien hoe de combinatie van afbouwen voor een alleenstaande zonder partner kan optellen tot extreme marginale-druk-percentages.
| Inkomenszone (huishouden) | Belangrijkste effecten | Marginale druk |
|---|---|---|
| € 0 – € 11.965 | Box 1 schijf 1, opbouw arbeidskorting (−8,3%) | ≈ 27% |
| € 11.965 – € 25.845 | Opbouw arbeidskorting (−31%) overheerst | < 10% |
| € 25.845 – € 29.736 | Lichte opbouw arbeidskorting | ≈ 35% |
| € 29.736 – € 41.000 | Afbouw AHK + zorgtoeslag (+ huurtoeslag indien van toepassing) | 60% – 100%+ |
| € 45.592 – € 78.426 | Schijf 2 + AHK-afbouw + arbeidskorting-afbouw | ≈ 56% |
| € 78.426 – € 132.920 | Schijf 3 + arbeidskorting-afbouw | ≈ 56% |
| > € 132.920 | Alleen schijf 3 | ≈ 49,5% |
Wat doet deze calculator wel/niet?
Wel — alle componenten in de marginale druk op arbeid
-
Box 1 inkomstenbelasting met heffingskortingen (AHK, AK, IACK)
-
Toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag
-
Werkgeverslasten incl. variabele WHK en pensioen
-
Eigen woning: hypotheekrenteaftrek met tariefcap (37,48%) en eigenwoningforfait
-
30%-regeling voor expats (gecapped op WNT-norm)
-
Studieleningterugbetaling (stelsel SF2015 / SF2024 of stelsel vóór 2015)
-
Toeslagpartner als volledig tweede scenario: eigen schijven, eigen heffingskortingen — verzamelinkomens worden opgeteld voor toeslagentoetsing
-
Vergelijking AOW vs. niet-AOW (per persoon instelbaar)
-
Marginale druk in beide richtingen: bruto en werkgeverskost
Buiten scope (niet relevant voor druk op arbeid)
Box 2 (aanmerkelijk belang) — separate box, beïnvloedt marginale druk op een loonsverhoging niet. Tarieven staan op de parameters-pagina.
Box 3 (vermogen) — idem; forfaitair rendement.
Niet-arbeidsgebonden inkomsten: ontvangen alimentatie, lijfrente.
Reiskostenvergoeding, ET-regeling, eindheffingen onder de WKR — meestal cao-specifiek.
Bronnen
Zie de pagina Parameters voor alle exacte 2026-cijfers met verwijzingen naar de officiële publicaties van de Belastingdienst, het Ministerie van Financiën en het WB-NSC-rapport over verborgen lasten op arbeid.